ENNL

Offshore infrastructuur in de Noordzee

Prioriteit KVNR: De veilige navigatie op de Noordzee zekerstellen

Nederlandse reders:

“Kansen in de Noordzee moeten worden benut, maar (her)inrichting van het gebied mag voor de internationale scheepvaart geen obstakel vormen voor de veilige navigatie van zeeschepen.”

In het belang van de internationale zeescheepvaart roept de KVNR de Nederlandse overheid op om in de processen die leiden tot een ruimtelijke (her)indeling van de Noordzee zeker te stellen dat zeeschepen veilig en vlot kunnen blijven navigeren wanneer zij langs de Nederlandse kust of naar de Nederlandse havens varen.

Niels van de Minkelis 150.JPG
Dossierhouder

 

Niels van de Minkelis
Technische en Nautische Zaken

06 4824 0287
010 2176 282
minkelis@kvnr.nl

Nathan Habers 150.JPG
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

06 5200 0788
010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

De Noordzee biedt een zee van mogelijkheden. De Noordzee lijkt een braakliggend bouwterrein voor de aanleg van offshore infrastructuur: windmolens, eilanden, zeeboerderijen en er klonken geluiden over de mogelijkheid van een vliegveld op zee. Ideaal om de klimaatdoelen te halen, zonder overlast voor de burgers op het vasteland.

In werkelijkheid  wordt de Noordzee al voor heel veel doeleinden gebruikt en is de vrije ruimte in de Noordzee schaars. Zo varen er jaarlijks 250.000 schepen in het Nederlandse deel van de Noordzee. 50.000 daarvan doen een Nederlandse haven aan. Daarmee is dit deel van de Noordzee een van de drukste vaargebieden ter wereld. Deze scheepvaartroutes zijn de levensader van de Nederlandse economie.

Een groot deel van de schepen vaart door speciale vaarroutes (verkeersscheidingsstelsels) langs de Nederlandse kust en naar de Nederlandse zeehavens.

Interactieve kaart huidige inrichting Noordzee

Bron: Rijksoverheid Noordzeeloket

Uitdaging

Op 19 juni 2020 is het onderhandelaarsakkoord voor de Noordzee (‘Noordzeeakkoord’) aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin zijn geen aanvullende afspraken voor de scheepvaart opgenomen. In het voorstel wordt voor de zeescheepvaart wel het uitgangspunt gehanteerd dat “bij de aanwijzing van gebieden op zee voor een bepaald doel de veiligheid en bereikbaarheid voor de scheepvaart moet worden geborgd. Als er door nieuwe functies veiligheidsrisico´s ontstaan dienen die te worden gemitigeerd. De daarvoor benodigde maatregelen moeten voor ingebruikname zijn gerealiseerd.

In het belang van de internationale zeescheepvaart roept de KVNR de Nederlandse overheid op om in de processen die leiden tot een ruimtelijke (her)indeling van de Noordzee zeker te stellen dat zeeschepen veilig en vlot kunnen blijven navigeren wanneer zij langs de Nederlandse kust of naar de Nederlandse havens varen. De KVNR vraagt het volgende:

1. Zorg voor VTS-dekking

Alle Nederlandse windmolenparken - en zo mogelijk het gehele Nederlandse continentaal plat - moeten onder (radar-)dekking van een scheepvaartverkeersbegeleidingssysteem  (Vessel Traffic Service – VTS) gebracht worden.

De Kustwacht zal waarschijnlijk extra VTS-operators en extra VTS-apparatuur nodig hebben voor VTS buiten de 12 nautische zeemijl (grens territoriale wateren).

2. Zorg voor assistentieschepen bij de windmolenparken

Ook moeten er bij ieder windmolenpark assistentieschepen (emergency standby vessels - ESV) komen te liggen om in geval van nood een aanvaring van een schip met windmolens te verijdelen.

3. Zorg voor een goede aansluiting met Duitsland en Denemarken

De Nederlandse overheid moet in samenspraak met Duitsland en Denemarken zekerstellen dat de Nederlandse zeescheepvaartrouteringsmaatregelen ten noordoosten van de Waddeneilanden goed aansluiten bij de (toekomstige) Duitse en Deense zeescheepvaartrouteringsmaatregelen.

Het moet worden voorkomen dat schepen gevaarlijke scherpe bochten moeten maken of onnodig moeten weven of kruisen met ander scheepvaartverkeer.

Daarom moet er boven en in het verlengde van het verkeersscheidingsstelsel ‘West Friesland’ een te vermijden restrictiegebied (‘clearway’) komen waar geen windmolenparken gebouwd worden.

Een eventuele aanpassing van de scheepvaartroutes in de Nederlandse EEZ - met de benodigde goedkeuring van de Internationale Maritieme Organisatie (het VN-agentschap voor maritieme zaken) - mag niet het sluitstuk van de besluitvorming in de Noordzeestrategie worden.

4. Houd alvast rekening met toenemend verkeer via de Noordoostelijke Doorvaart

De Noordoostelijke Doorvaart boven Noorwegen en Rusland wordt steeds toegankelijker voor zeeschepen voor een steeds langer deel van het jaar. Deze route levert een besparing op van het aantal zeemijlen dat een zeeschip moet varen vanuit het Verre Oosten naar Nederland, in vergelijking met de route via de Indische Oceaan.

Deze Noordoostelijke Doorvaart zal steeds vaker  genomen worden door steeds meer schepen die dat op een voor het mens, milieu, schip en lading veilige manier te kunnen doen.

Het is belangrijk dat hier nu al op geanticipeerd wordt bij de indeling van het Nederlandse deel van de Noordzee en de te nemen zeescheepvaartrouteringsmaatregelen.

Stand van zaken - 22 januari 2021

De KVNR is op voorspraak van de minister van Infrastructuur en Waterstaat in de loop van 2020 betrokken bij het Noordzeeoverleg. In het Noordzeeoverleg heeft de KVNR een position paper ingebracht waarin de KVNR ten aanzien van de zoekgebieden vraagt:

  1. Af te zien van “Hollandse Kust Zuidwest”;
  2. Af te zien van “Hollandse Kust Noordwest”;
  3. Af te zien van “zoekgebied 8”;
  4. Af te zien van de middenberm tussen “zoekgebied 5” en “zoekgebied 6”;
  5. Te voorzien in goede verbindingen met Arctische scheepsroute;
  6. Te voorzien in een veilige corridor tussen enerzijds Amsterdam en anderzijds de meest westelijke diepwaterroute en het Verenigd Koninkrijk; en
  7. Te voorzien in een eensluidend beleid voor doorvaart en medegebruik van windenergiegebieden.