ENNL

Klimaatakkoord zeevaart

Prioriteit KVNR: doelstellingen IMO-klimaatakkoord voor de zeevaart halen

Reders: “Het internationale klimaatakkoord voor de zeevaart wordt omarmd door de Nederlandse reders. Nu is het van belang om goed te kijken hoe we de doelstellingen gaan bereiken.

Nick Lurkin 150.JPG
Dossierhouder

 

Nick Lurkin
Klimaat en Milieu

010 2176 275
lurkin@kvnr.nl

Nathan Habers 150.JPG
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

06 5200 0788
010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

Op 13 april 2018 is de internationale gemeenschap in de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een klimaatakkoord voor de zeevaartsector overeengekomen, die in lijn is met het Akkoord van Parijs, met de volgende doelstellingen:

  1. Verdere aanscherping van de bestaande Energy Efficiency Design Index (EEDI) normen. Hierdoor komen er steeds meer energie-efficiëntere nieuwbouwschepen in de vaart.
  2. De vervoersprestatie per schip (bijv. CO2-uitstoot per tonkilometer) reduceert met gemiddeld 40% in 2030 ten opzichte van 2008 en er wordt gestreefd naar een reductie van 70% in 2050.
  3. Een absolute reductie van broeikasgassen van minstens 50% in 2050 ten opzichte van 2008, waarbij de uitfasering van broeikasgassen (waaronder CO2) zo snel mogelijk in de tweede helft van deze eeuw zal plaatsvinden.

Om deze ambitieuze en realistische reductiedoelstellingen te bereiken zijn reders mede afhankelijk van andere partijen in de logistieke keten. De reder stelt een schip ter beschikking en vaak is het de opdrachtgever van het transport over zee (bijvoorbeeld een verlader of charteraar) die bepaalt hoe efficiënt een schip vaart.

Daarnaast zullen alternatieve brandstoffen en nieuwe voortstuwingstechnieken voor nieuw te bouwen schepen verder ontwikkeld moeten worden om de uitstoot van CO2 en andere luchtemissies te verminderen en uiteindelijk uit te faseren. Deze technieken zijn nog niet voor ieder scheepstype of -grootte beschikbaar en vragen ook om aanzienlijke investeringen, waardoor de transportkosten voor reders omhoog zullen gaan. De vraag is dus: hoe komen we daar?

Achtergrond

Om te kunnen voldoen aan de overeengekomen reductiedoelstellingen is het belangrijk dat alle belanghebbende partijen in de zeevaartsector verantwoordelijkheid nemen voor de verdere uitfasering van de CO2-emissies in de zeevaart en daaraan bijdragen.

Ook is het van belang dat IMO de komende periode consistente besluiten neemt over mogelijke technische, operationele en/of economische maatregelen. Hierbij dient echter wel goed rekening te worden gehouden met het voorkomen van marktverstoring. Niet alleen tussen de verschillende gevlagde schepen, maar ook verschuiving van lading naar andere (CO2-intensievere) transportmodaliteiten moet worden voorkomen.

Logischerwijs dienen mogelijke mondiale maatregelen goed uitvoerbaar te zijn, waarbij veiligheid niet in het geding is en waarbij ook een juiste balans bestaat tussen reductie van CO2-uitstoot en de daarmee gemoeide kosten.

Stand van zaken

De KVNR houdt op dit moment met verschillende relevante partijen (overheid, technische toeleveranciers, banken, havens en verladers) oriënterende gesprekken om te kijken hoe de zeevaartsector de uitstoot van CO2 verder kan reduceren. Het is namelijk belangrijk vast te stellen wat de partijen voor elkaar kunnen betekenen om dit te bewerkstelligen. In het kader hiervan pleit de KVNR voor een aparte Klimaattafel zeevaart, zoals dat nu voor andere modaliteiten het geval is.