Stikstofreductie

Prioriteit KVNR: Realistische aanpak stikstofreductie zeevaart

Nederlandse reders:

Voor een betere luchtkwaliteit willen we o.a. de hoeveelheid stikstofuitstoot verminderen door verder in te zetten op walstroom, LNG en stikstofbeheerzones op zee. 

Het KVNR-bureau is in gesprek met zowel de Nederlandse overheid als Tweede Kamerleden om de uitrol van walstroom verder een push te geven door business cases sneller rond te krijgen voor zowel de infrastructuur aan land als de walstroominstallatie aan boord van zeeschepen.

KVNR - Nick Lurkin - Klimaat en Milieu - web
Dossierhouder

 

Nick Lurkin
Klimaat en Milieu

010 2176 275
lurkin@kvnr.nl

KVNR - Nathan Habers - Public Relations, Crisisco├Ârdinatie en Geopolitiek - web
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

06 5200 0788
010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is de internationale scheepvaart (binnenvaart en zeevaart) verantwoordelijk voor 2,9% van de totale hoeveelheid stikstofoxiden (NOx) die in Nederland wordt uitgestoten.

Op internationaal niveau zijn en worden steeds strengere maatregelen getroffen om de uitstoot van zwavel- en stikstofoxiden en CO2 door zeeschepen drastisch te verminderen. De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) steunt deze internationale maatregelen om de luchtkwaliteit in en rondom havens te verbeteren, binnen de voorwaarden van een gezonde en noodzakelijke concurrentiepositie.

Uitdaging

Door verschillende maatregelen moet de hoeveelheid NOx die door een zeeschip wordt uitgestoten de komende jaren fors afnemen. Ook in de Nederlandse zeehavens en langs de Nederlandse kust. Om aan deze opdracht realistisch invulling te geven, komen de volgende drie maatregelen in beeld, die elk een bijdrage leveren tussen de 70 en 100% ten opzichte van de huidige uitstoot van NOx:

1. Stikstofbeheerszone op zee

De IMO heeft in 2016 wettelijk geregeld dat de scheepsmotoren van zeeschepen die na 1 januari 2021 worden gebouwd aan strenge eisen aan NOx-uitstoot moeten voldoen om in de ingestelde stikstofbeheerszone (Nitrogen Emission Control Area - NECA) in de Noordzee (en Oostzee) te mogen varen. Deze nieuwe motoren met de Tier-III norm mogen vanaf dan ongeveer 70% minder NOx uitstoten dan de huidige generatie scheepsmotoren (Tier II-norm) uit 2011 en ruim 80% minder NOx dan de scheepsmotoren uit 2000 (Tier I-norm). De meerderheid van de Nederlandse vloot die regelmatig in Noord-West Europa vaart en ook Nederlandse havens aandoet, heeft inmiddels Tier II-motoren. Het aantal Nederlandse schepen dat met de nieuwste Tier III-motoren (voornamelijk LNG) vaart groeit gestaag.

2. LNG

Steeds meer reders laten schepen bouwen die gebruik maken van Liquefied Natural Gas (LNG) als schonere alternatieve brandstof. Op dit moment is LNG namelijk het enig serieuze alternatief voor de zeevaart om de uitstoot van zwaveloxiden en fijnstof met 99% terug te brengen ten opzichte van de conventionele scheepsbrandstoffen en de uitstoot van stikstofoxiden met ruim 80%. LNG is weliswaar een fossiele brandstof (hoog calorisch aardgas) maar moet als een transitiebrandstof worden gezien om uiteindelijk de stap te zetten richting emissieloze zeevaart. De techniek aan boord van schepen die op LNG varen is wezenlijk anders dan schepen die varen op conventionele scheepsbrandstoffen als mariene gasolie of laagzwavelige stookolie. Met de moderne techniek voor LNG-aandrijving zou er op de middellange termijn andere nog schonere en niet fossiele brandstoffen ook gebruikt kunnen worden met als resultaat een uitstootarmere zeevaart. Het is daarom van essentieel belang dat LNG niet verdwijnt uit het pakket van mogelijke maatregelen om o.a. NOx aanzienlijk te reduceren. Het is bijkomstig van groot belang dat meer en meer EU-lidstaten in hun zeehavens LNG aan zeeschepen gaan aanbieden, zoals voorgeschreven in de EU-richtlijn 2014/94/EU.

3. Het uitrollen van walstroom voor de zeevaart

Steeds meer zeeschepen die in een zeehaven afmeren worden aangesloten op het elektriciteitsnet aan de wal (‘walstroom’) en hoeven hun hulpmotoren niet meer te laten draaien in de haven. Deze schepen geven geen luchtvervuiling meer in de haven en kunnen emissieloos stilliggen in de haven zodra zij gebruik kunnen maken van walstroom. Het is daarom van groot belang dat – net als bij de uitrol van LNG - steeds meer EU-lidstaten in hun zeehavens aan landzijde helpen om walstroom te gaan aanbieden, zoals ook voorgeschreven in de EU-richtlijn 2014/94/EU (Clean Power for Transport).

Vooral inzetten op nieuwe schepen en slimme aanpassingen van schepen 

Het is bij bovenstaande maatregelen belangrijk te beseffen dat schepen een economische levensduur hebben van gemiddeld 25 jaar. Ter vergelijking: bij een vrachtwagen is dit gemiddeld 7 jaar. De omloopsnelheid van schepen en scheepsmotoren is zowel economisch als technisch aanzienlijk lager. De KVNR zet daarom vooral in op een flinke inhaalslag als het gaat om emissiereductie met nieuw te bouwen schepen en slimme kleinere tussentijdse aanpassingen van bestaande zeeschepen die nog jaren kunnen varen.

Stand van zaken - 10 juni 2022

In juni 2020 heeft het Adviescollege Stikstofproblematiek, ook bekend als het Adviescollege Stikstofproblematiek (Commissie Remkes), in een persconferentie adviezen aan het kabinet uitgebracht om de stikstofuitstoot op de langere termijn te reduceren. De commissie deed daarbij ook aanbevelingen om de stikstofuitstoot van de zeevaart te reduceren.

Over het algemeen is de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) positief over de aanbevelingen die zijn gedaan ten aanzien van de zeevaart. Het kabinet heeft deze adviezen ook overgenomen conform de ambities van de Nederlandse zeevaart op het gebied van milieu en klimaat en ook met de nationale Green Deal, waarin afspraken tussen overheid en zeevaart over verduurzaming zijn vastgelegd.

Sinds 1 januari 2021 zijn de Noordzee en de Oostzee als stikstofbeheerszones in werking getreden. Schepen die nu worden gebouwd moeten dus voldoen aan de strengere NOx-Tier III-norm. Dit betekent een stikstofreductie van ruim 70% (!) ten opzichte van de laatste generatie scheepsmotoren.

Het KVNR-bureau is thans in gesprek met zowel de Nederlandse overheid als Tweede Kamerleden om de uitrol van walstroom verder een push te geven door business cases sneller rond te krijgen voor zowel de infrastructuur aan land als de walstroominstallatie aan boord van zeeschepen.