NL

Wet minimumloon

Prioriteit KVNR: Wet minimumloon niet van toepassing op zeeschepen

Reders: "De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet zo snel mogelijk duidelijkheid verschaffen over de reikwijdte van de Wet minimumloon in de zeevaart, namelijk door opnieuw te bevestigen dat de Wet minimumloon niet van toepassing is op de internationale zeevaart.”

IMG_20131219_110712.JPG
Guido Hollaar 150.JPG
Dossierhouder

 

Guido Hollaar
Adjunct-directeur

010 4146 001
hollaar@kvnr.nl

 

Nathan Habers 150.JPG
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

06 5200 0788
010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

De Inspectie SZW (ISZW) heeft inspecties uitgevoerd op de naleving van de Wet minimumloon en vakantiebijslag (WML) aan boord van zeeschepen varend onder Nederlandse vlag die werden ingezet voor havensleepwerk. De ISZW vindt dat niet-Europese matrozen conform het Nederlandse minimumloon moeten worden betaald. De ISZW doorkruist met deze vorderingen het al decennia staande Nederlandse overheidsbeleid dat de Wet minimumloon niet van toepassing is op niet-Europese matrozen die werkzaam zijn op zeeschepen onder Nederlandse vlag.

De werkgever verschilde van mening en heeft hierover een uitspraak van Afdeling Bestuursrechtspraak de Raad van State gevraagd. Dat heeft deze op 17 april 2019 gedaan. In de uitspraak heeft de Raad van State beslist dat de Wet minimumloon (Wml) van toepassing is op havensleepwerk in het havengebied van IJmuiden. Hoewel deze interpretatie zeer ongunstig uitpakt voor de Nederlandse zeescheepvaart, schept de uitspraak wel duidelijkheid over de toepasselijkheid van de Wml op havensleepwerk in de haven van IJmuiden.

Uitdaging

Over de impact op de Nederlandse internationale zeescheepvaart kan worden vermeld dat de Raad van State in zijn uitspraak het zogenaamde ‘woonlandbeginsel’ bij de bepaling of de Wml wel of niet van toepassing is op niet-EU-zeevarenden aan boord van Nederlandse vlagschepen is, heeft vervangen door het zogenaamde ‘thuishavenbegrip’ uit de Wml.

Het woonlandbeginsel houdt in dat bij de vaststelling van de hoogte van de gage van niet-EU-zeevarenden wordt gekeken naar de welvaartssituatie van het woonland van de niet-EU-zeevarenden. Op basis van dit al decennia geldende principe behoeven zij niet te worden beloond volgens de Nederlandse Wml. Uiteraard wordt altijd tenminste betaald volgens het internationaal geldende minimumloon voor zeevarenden zoals geadviseerd door de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Van uitbuiting van zeevarenden is dus geen sprake. Het kabinetsbrede zeescheepvaartbeleid met betrekking tot het varen met niet-EU-zeevarenden op Nederlandse zeeschepen is op het woonlandbeginsel gebaseerd.

Nu moet volgens de Raad van State worden uitgegaan van de thuishaven van het schip. Dus als een zeeschip een Nederlandse thuishaven heeft, moet het Nederlandse minimumloon worden betaald. Dit raakt een groot deel van de Nederlandse vloot. De loonkosten van niet-EU-matrozen aan boord van zeeschepen met een Nederlandse thuishaven nemen fors toe, waardoor de internationale concurrentiepositie van die zeeschepen aanmerkelijk verslechtert.

Dit zal leiden tot het uitvlaggen van Nederlandse schepen en de werkgelegenheid van een belangrijk deel van de ca. 5.000 Nederlandse kapiteins en officieren raken. De praktijk laat zien dat de werkgelegenheid van Nederlandse officieren op niet-Nederlands gevlagde schepen praktisch nihil is.

Stand van zaken - 5 maart 2019

Er vindt reeds enige tijd intensief overleg plaats tussen de sociale partners in de zeevaart en de ministers van SZW en IenW over de reikwijdte van de Wml als het gaat om in het buitenland woonachtige zeevarenden.

In dit overleg zal worden besproken hoe met de uitspraak van de Raad van State van 17 april moet worden omgegaan. Daarbij moet worden aangetekend dat de minister van SZW in zijn brief van 5 maart aan de Tweede Kamer heeft geschreven dat in het buitenland woonachtige zeevarenden werkzaam in de internationale zeescheepvaart niet onder de Wml vallen.

De KVNR heeft daarom, louter en alleen voor de duidelijkheid, aan de minister van SZW gevraagd om te bevestigen dat zijn standpunt zoals verwoord in zijn brief van 5 maart jl., nog steeds leidend is, zelfs indien en voor zover dit standpunt mocht afwijken van de uitspraak van de Raad van State.

Staatssecretaris van Sociale Zaken Tamara van Ark heeft op 5 septemeber in een debat in de Tweede Kamer bevestigd dat de Wet minimumloon niet van toepassing is op de internationale zeevaart. Dit antwoord gaf zij op vragen van VVD-Kamerlid Bart Smals. De staatssecretaris deed ook de toezegging dat de minister dit nog in een brief aan de Tweede Kamer zal bevestigen.