ENNL

Zwavelnorm

Prioriteit KVNR: handhaven van gelijk speelveld bij strengere zwavelnorm

Nederlandse reders:

“Sinds 1 januari 2020 moeten reders op duurdere laagzwavelige brandstoffen of met dure ontzwavelingstechnieken aan boord varen. Waarborging van het gelijke speelveld is van essentieel belang. Valsspelers van de zwavelregels mogen geen economisch gewin halen!”

De KVNR blijft nauwgezet de ontwikkelingen monitoren met betrekking tot handhaving en praktische problemen van de strengere mondiale zwavelnorm ook in combinatie met problemen op het gebied van de brandstofkwaliteit.

Nick Lurkin 150.JPG
Dossierhouder

 

Nick Lurkin
Klimaat en Milieu

010 2176 275
lurkin@kvnr.nl

Nathan Habers 150.JPG
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

06 5200 0788
010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

De maximale uitstoot van zwavel die wereldwijd geldt, is sinds 1 januari 2020 tot 0,50% verlaagd, tegen 3,50% nu. Dit betekent een reductie van ruim 80% in de uitstoot van zwavel! De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) heeft in het najaar van 2016 hiertoe besloten. Om hieraan te kunnen voldoen moeten reders vanaf eind 2019 op een duurdere laagzwavelige brandstof varen. Volgens producenten zal deze brandstof naar verwachting 70% tot 100% duurder zijn dan de huidige hoogzwavelige brandstof, maar volledige transparantie in de prijzen van de nieuwe scheepsbrandstoffen is er (nog) niet.

Het overstappen op uitlaatgaswasinstallaties zoals scrubbers, of het overgaan naar een schonere alternatieve brandstof (LNG bijvoorbeeld) is ook een mogelijkheid om aan de nieuwe norm te voldoen, maar voor veel reders (nog) geen optie, omdat deze alternatieven technisch niet altijd mogelijk zijn of aanzienlijke investeringen vereisen.

Daarnaast zijn er nog wat onzekerheden op het gebied van handhaving van de strengere zwavelnorm. Dit is wel van belang, omdat het anders marktverstoring kan bevorderen doordat notoire overtreders van de strengere zwavelnorm op goedkopere hoogzwavelige brandstof varen. Een verlies voor het milieu én het gelijke speelveld tussen reders.

Uitdaging

Zoals gezegd is het belangrijk dat er een gelijk speelveld is voor reders. Valsspelers die zich (bewust) niet aan de zwavelregelgeving houden mogen geen economisch gewin halen. Dit betekent dat er een robuuste handhaving moet zijn met passende sancties om dit tegen te gaan.

Een goed voorbeeld van een oplossing die door de zeevaartsector zelf heeft voorgesteld, is het verbod na 1 maart 2020* op het aan boord hebben van brandstoffen met een zwavelpercentage hoger dan 0,50%. Een uitzondering hierop geldt voor schepen uitgerust met gaswasinstallaties of in het geval er (aantoonbaar) geen laagzwavelige brandstof beschikbaar was.

Indien er in een bepaalde haven helemaal geen laagzwavelige brandstof beschikbaar zou zijn, moet er een mondiaal uniforme procedure in werking treden hoe reders in zo’n situatie moeten handelen zonder dat ze daarvoor bestraft worden.

Tot slot zijn er zorgen bij veel reders over de stabiliteit van de nieuwe scheepsbrandstoffen. De kwaliteit van deze 0,50%-brandstoffen verschilt naar verwachting enorm in de verschillende delen van de wereld. Veel scheepsbrandstoffen zijn ook niet compatibel met elkaar en kunnen tot mogelijke problemen met de tanks en motoren leiden. De van een reis overgebleven scheepsbrandstof kan niet zo makkelijk worden gemengd met een nieuwe lading brandstof als voorheen. De bemanning aan boord en de bunkerafdelingen van reders en charteraars moeten daarom goed opletten welke scheepsbrandstof ze moeten bestellen.

*De mondiale zwavelnorm van 0,50% is per 1 januari 2020 ingegaan, echter het verbod om hoogzwavelige brandstof aan boord te hebben is per 1 maart 2020 ingegaan. Dit vanwege de juridische procedure binnen IMO.

Stand van zaken - 26 januari 2021

De KVNR blijft nauwgezet de ontwikkelingen monitoren met betrekking tot handhaving en praktische problemen van de strengere mondiale zwavelnorm ook in combinatie met problemen op het gebied van de brandstofkwaliteit.