Monitoren en rapporteren van CO2-emissies

Voor de ook door de sector zelf gewenste vergroening van de zeescheepvaart zijn mondiale regels nodig voor een slim en effectief systeem, om niet-effectieve en contraproductieve regelgeving te voorkomen en reders niet op hoge administratieve lasten te jagen.

 

Achtergrond

Om de CO2-emissies van de zeescheepvaart inzichtelijk te maken is een mondiaal systeem, dat simpel en effectief is, een belangrijke stap op weg naar een wereldwijde CO2-reductie. CO2-uitstoot is niet enkel een Nederlands probleem. Daarom neemt de KVNR actief deel aan de discussies over een dergelijk systeem op Europees (EU-MRV systeem) en mondiaal niveau (IMO-datacollectiesysteem). Tegelijkertijd is het in dit proces van belang dat het systeem voorziet in een beperking van de administratieve lasten en dat het geen commercieel gevoelige informatie zal bevatten.

 

Europees model voor monitoren, rapporteren en verifiëren (MRV) van CO2-emissies

Het Europees Parlement en de Milieuraad hebben in december 2014 ingestemd met het oprichten van een Europees Monitoring, Reporting en Verification systeem (MRV) om de uitstoot van CO2 inzichtelijk te maken. Hiertoe is de Europese Verordening 757/2015 per 1 juli 2015 in werking getreden. Dit Europese MRV-systeem wordt vanaf 2018 operationeel voor schepen met een gewicht van meer dan 5000 GT. Dit zal gelden voor schepen (ongeacht de vlag) die van en/of naar een Europese haven varen. Zeer omstreden element van het besluit is om ook de vervoersprestaties van het schip te gaan bepalen en bij te houden. De KVNR heeft zich hiertegen verzet omdat

  • dit niet nodig is voor een MRV-systeem;
  • het om commercieel gevoelige informatie gaat;
  • er grote inhoudelijke problemen zijn verbonden aan het definiëren van de vervoersprestaties.

Dit geldt in sterke mate voor de general cargo en multi purpose schepen, die ruim vertegenwoordigd zijn in de Nederlandse vloot. De KVNR betreurt deze Europese ‘alleingang’ en had liever gezien dat Europa had gewacht op mondiale besluitvorming over een dergelijk systeem. De 70e vergadering van het IMO-milieucomité (MEPC 70) van eind oktober 2016 heeft inmiddels besloten een mondiaal datacollectiesysteem verplicht te stellen.

 

Verkennende studie ‘vervoersprestatie’ maritiem onderzoeksinstituut MARIN

In aanloop naar het Europees besluit van december 2014 heeft maritiem onderzoeksinstituut MARIN, in opdracht van de KVNR, een verkennende studie verricht naar mogelijke definities van ‘vervoersprestatie’. Uit dit eerste onderzoek bleek dat de voorgestelde formules om de vervoersprestatie en daarmee ook energie-efficiëntie te berekenen meer zeggen over de handelswijze van bevrachters of opdrachtgevers (bijvoorbeeld de hoeveelheid en soort lading en de te varen snelheid) dan over de milieuprestatie van het schip zelf. Vooral voor schepen die veel verschillende soorten lading vervoeren, waarbij de ratio tussen volume en gewicht sterk kan variëren, leidt een niet goed opgestelde definitie tot uitkomsten die geen enkele betekenis hebben. In 2015 is er, aan de hand van aangeleverde data van meer dan 200 general cargo schepen en reefers, een vervolgstudie uitgevoerd. Uit deze vervolgstudie blijkt dat ‘deadweight carried’ voor de general cargo schepen de beste definitie is voor de vervoersprestatie in een Europees MRV-systeem. Begin 2016 zijn de rapporten en het voorstel voor ‘deadweight carried’ voor general cargo schepen besproken in het European Sustainable Shipping Forum (ESSF). Tijdens de plenaire ESSF-vergadering in de zomer van 2016 is het voorstel van de KVNR aangenomen. In het najaar van 2016 verwerkt de Europese Commissie de aanbevelingen van het ESSF in de uitvoeringsbesluiten van de Europese verordening voor een EU-MRV.

 

Alleen IMO-systeem biedt werkbare en goed doordachte uitkomst

De KVNR benadrukt dat EU-MRV geen basis kan zijn voor een IMO-datacollectiesysteem voor CO2-emissies. De KVNR wijst EU-regelgeving in algemene zin af. De zeescheepvaart is een mondiale markt met mondiaal opererende bedrijven. Mondiale regels zijn, zeker voor een broeikasgas als CO2, de enige weg om het goed te reguleren. De KVNR wijst op de gevolgen van eenzijdige EU-regelgeving voor de CO2-emissies voor de luchtvaart, waar landen als de VS en China tegen in het verweer kwamen. Europa moet nu niet dezelfde fout maken als met de luchtvaart. MEPC 70 heeft inmiddels besloten tot invoering van een verplicht mondiaal datacollectiesysteem voor schepen van 5000 GT of meer.

 

De vervoersprestatie maakt geen deel uit van het huidige IMO-voorstel voor een datacollectiesysteem. Het totale brandstofverbruik, de totale afgelegde afstand en het totaal aantal draaiuren in een jaar zijn de enige gegevens die door de reder gemonitord en gerapporteerd moeten worden aan de IMO.  Mocht er door de IMO alsnog worden besloten de vervoersprestatie op te nemen in het datacollectiesysteem, zal ook hiervoor een grondige analyse en besluitvorming nodig zijn. Uiteraard zal de KVNR daarbij de uitkomsten van de hierboven genoemde MARIN-studies inbrengen.

 

Behoud van privacy en beperking van administratieve lasten

De zeescheepvaart gaat gebukt onder een hoge administratieve lastendruk die almaar toeneemt. Dit betekent een toenemende werkbelasting aan boord voor de bemanning en natuurlijk ook voor de kantoororganisatie aan de wal. Zeker voor kleinere reders zijn de administratieve lasten een toenemende kostenfactor aan het worden die zwaar drukken op de exploitatie. Voor zeevarenden betekent de almaar toenemende administratieve lasten een zwaardere werkdruk en afname van de aantrekkelijkheid van het beroep. De KVNR is daarom tevreden met het feit dat in het IMO-voorstel een ondergrens van 5000 GT wordt genoemd. Hierdoor hebben reders met schepen kleiner dan 5000 GT geen verplichting om de CO2-emissies te monitoren en te rapporteren en vallen zij vooralsnog buiten de scope van dit systeem.   

 

Het opnemen van de vervoersprestatie zou een rapportage over ladinggegevens vereisen. Dat deze gegevens vertrouwelijk moeten blijven staat niet ter discussie. Waarborgen daarvoor zijn nog niet concreet en gezien de toenemende cybercriminaliteit is het verplicht rapporteren aan een nieuwe database weer een extra risico dat gegevens in verkeerde handen terecht komen. Verreweg de meeste IMO-lidstaten zien dit ook in en hebben daarom besloten om de data die reders aanleveren te anonimiseren in het datacollectiesysteem.

 

KVNR blijft inzetten op een mondiaal datacollectiesysteem

De KVNR benadrukt nogmaals haar streven om proactief bij te dragen aan een verdere vergroening van de zeescheepvaart.  Daarvoor zijn mondiale regels nodig, die goed doordacht zijn zodat de kans op niet effectieve of zelfs contraproductieve regelgeving wordt geminimaliseerd. In de Europese Verordening over EU-MRV is een artikel opgenomen dat, na het bereiken van een mondiale overeenkomst over een soortgelijk systeem, de Europese Commissie het recht geeft het Europese MRV-systeem te herzien. De KVNR is van mening dat dit Europese systeem volledig geharmoniseerd dient te worden met het in oktober 2016 mondiaal overeengekomen IMO-datacollectiesysteem. De KVNR blijft hierop aandringen bij zowel de Europese Commissie als de Europarlementariërs om de administratieve lasten van reders zoveel mogelijk tot een minimum te beperken.

 

Geactualiseerd op 20 maart 2017

Ledenportal

Inloggen voor KVNR-leden

MAG_logo_blue-low

Kalender

ProSea