Bunkerkwaliteit

De KVNR is zeer actief betrokken bij discussies over de bunkerkwaliteit. Het belang van de levering van een goede kwaliteit scheepsbrandstoffen (bunkers) is voor reders groot, nu zij verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de aan boord aanwezige bunkers. De KVNR vindt ten principale dat deze verantwoordelijkheid niet bij de reders thuishoort maar bij de leverancier, net als bij de benzine voor personenauto’s. Dit veranderen is echter een zeer fundamentele wijziging. Vooralsnog wordt ingezet op het gezamenlijk met de internationale partners borgen van de kwaliteit van scheepsbrandstoffen. Meer transparantie in de gehele keten en het zo vroeg mogelijk in de keten testen van de brandstofkwaliteit dragen hieraan bij.

 

Extra maatregelen nodig om kwaliteit scheepsbrandstoffen te verbeteren

De redersvereniging vindt dat er maatregelen nodig zijn om het eerder in de keten wegmengen van afval tegen te gaan. Extra regels mogen echter niet bij de reder neergelegd worden. Dat leidt tot kostenstijgingen die de concurrentiepositie van de zeescheepvaart ten opzichte van andere vervoersmodaliteiten verslechteren. Bovendien verkeren veel reders niet in de positie om andere partijen in de keten aan te spreken indien er eerder in de keten van de scheepsbrandstoffen zaken misgaan.

 

Pilot uitgevoerd naar de traceerbaarbeid van bunkerolie

Vanaf 2014 zijn er door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu verschillende belanghebbendenbijeenkomsten georganiseerd om op nationaal niveau te kijken naar verbeteringen van het bunkerproces. Naast de KVNR zijn hierbij andere ketenpartijen zoals de VNPI (producenten van bunkerolie), NOVE (bunkerleveranciers) en de VOTOB (tankopslagbedrijven) betrokken. Sinds 2015 is de KVNR actief als trekker van een werkgroep die nagaat in welke mate een levering van een partij bunkerolie traceerbaar is in de hele keten van raffinaderij tot zeeschip. Dit is in januari en februari 2016 onderzocht door middel van een pilot met twee willekeurige leveringen van bunkerolie. Een van de twee leveringen bleek lastig traceerbaar, doordat de eigenaar van het bunkerproduct in het buitenland gevestigd was en in eerste instantie niet wilde meewerken. Bij de andere levering kwam de onderzoeker niet verder dan de documenten van de bunkerlichter zelf. De buitenlandse bunkerleverancier bij deze laatste levering wilde helemaal geen inzage geven in de administratie van de betreffende bunkerlevering.  De uitkomsten van deze pilot zijn in een rapport verwerkt, dat door de minister van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden.

 

In gesprek met andere belanghebbenden om transparantie te verbeteren

Nu deze pilot afgerond is, zullen de eerder genoemde partijen bezien op welke wijze de transparantie verbeterd kan worden. Uiteindelijk moet dit internationaal verder opgepakt worden, om verschuiving van bunkerleveranties naar andere havens met een slechtere transparantie te voorkomen. In de zomer van 2016 hebben zowel de Commissie Milieuzaken als het bestuur van de KVNR ingestemd met een voorstel om te pleiten voor een vergunningensysteem voor bunkerleveranciers in het zogeheten ARA-gebied dat de havens van Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen omvat. De KVNR zal in het najaar van 2016 met andere belanghebbenden en nationale overheden in gesprek gaan om dit voorstel verder uit te werken.  

De kwaliteit van bunkerolie staat op dit moment ook mondiaal hoog op de agenda en zal verder besproken worden in het milieucomité van de IMO en de onderliggende correspondentiegroep. De KVNR is actief betrokken bij deze correspondentiegroep en draagt daar ook inhoudelijk aan bij.

 

Laatst geactualiseerd op: 11 augustus 2016

 

Ledenportal

Inloggen voor KVNR-leden

MAG_logo_blue-low

Kalender

21-22 februari 2017
15-16 juni 2017
ProSea Open Course
Marine Awareness

 

8 maart 2017
Big Data voor efficiënt varen & Walstroom voor grote zeeschepen
Toegang leden KVNR tegen gereduceerd tarief

 

 

 

ProSea