Bunkerkwaliteit

De verantwoordelijkheid voor een goede kwaliteit scheepsbrandstoffen en de verbetering daarvan hoort bij de leverancier te liggen en niet zoals nu bij de klant, de reder.

 

Achtergrond

Het belang van de levering van een goede kwaliteit scheepsbrandstoffen (bunkers) is voor reders groot. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de aan boord aanwezige bunkers. Net als bij brandstoffen voor personenauto’s, zou deze verantwoordelijkheid primair bij de leveranciers moeten liggen en niet bij de reders. Dit veranderen is echter een zeer fundamentele wijziging. Vooralsnog wordt ingezet op het gezamenlijk met de internationale partners borgen van de kwaliteit van scheepsbrandstoffen. Meer transparantie in de gehele keten en het zo vroeg mogelijk in de keten testen van de brandstofkwaliteit dragen hieraan bij. De kwaliteit van bunkerolie staat momenteel mondiaal hoog op de agenda en zal verder besproken worden in het milieucomité van de IMO en de onderliggende correspondentiegroep. De KVNR is actief betrokken bij deze correspondentiegroep en draagt daar ook inhoudelijk aan bij.

 

Extra maatregelen nodig

Maatregelen zijn nodig om het eerder in de keten bijmengen van afval tegen te gaan. Maar extra regels voor reders leiden tot kostenstijgingen die de concurrentiepositie van de zeescheepvaart ten opzichte van andere vervoersmodaliteiten verslechteren. Bovendien verkeren veel reders niet in de positie om andere partijen in de keten aan te spreken indien er eerder in de keten van de scheepsbrandstoffen zaken misgaan. Vaak wordt een slechte kwaliteit van de bunkers pas duidelijk als het schip op die brandstof vaart. Terug naar de haven is geen optie vanwege de commerciële gevolgen daarvan. Doordat er in veel havens sprake is van een beperkt aantal van bunkerleveranciers, is de afhankelijkheid van een reder groot en is verhaal halen bij problemen erg lastig.

 

Verbeteringen bunkerproces

Sinds 2014 zijn er door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu verschillende bijeenkomsten voor belanghebbenden georganiseerd om op nationaal niveau te kijken naar verbeteringen van het bunkerproces. De KVNR en andere ketenpartijen zoals de VNPI (producenten van bunkerolie), NOVE (bunkerleveranciers) en de VOTOB (tankopslagbedrijven) zijn hierbij betrokken. Sinds 2015 is de KVNR actief als trekker van een werkgroep die nagaat in welke mate een levering van een partij bunkerolie traceerbaar is in de hele keten van raffinaderij tot zeeschip. Dit is in januari en februari 2016 onderzocht door middel van een pilot met twee willekeurige leveringen van bunkerolie. Een van de twee leveringen bleek lastig traceerbaar. De eigenaar van het bunkerproduct in het was namelijk in het buitenland gevestigd en was in eerste instantie niet bereid om mee te werken. Bij de andere levering kwam de onderzoeker niet verder dan de documenten van de bunkerlichter zelf. De buitenlandse bunkerleverancier bij deze laatste levering wilde geen inzage geven in de administratie van de betreffende bunkerlevering.  De uitkomsten van deze pilot zijn in een rapport verwerkt, dat door de minister van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden.

 

Nu deze pilot afgerond is, zullen de eerder genoemde partijen bezien op welke wijze de transparantie verbeterd kan worden. Uiteindelijk moet dit internationaal verder opgepakt worden, om verschuiving van bunkerleveranties naar andere havens met een slechtere transparantie te voorkomen. In de zomer van 2016 hebben zowel de Commissie Milieuzaken als het bestuur van de KVNR ingestemd met een voorstel om te pleiten voor een vergunningensysteem voor bunkerleveranciers in het zogeheten ARA-gebied dat de havens van Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen omvat. De KVNR is sinds het najaar van 2016 met andere belanghebbenden en nationale overheden in gesprek gegaan om dit voorstel verder uit te werken.  

 

Geactualiseerd op 20 maart 2017

Ledenportal

Inloggen voor KVNR-leden

MAG_logo_blue-low

Kalender

 

15-16 juni 2017
ProSea Open Course
Marine Awareness

 

ProSea