Visumbeleid

Prioriteit KVNR: visumbeleid beter afstemmen op zeevarenden

Reders: “Zeevarenden moeten makkelijker kunnen reizen t.b.v. het aan-/afmonsteren en hun walverlof. Het visumbeleid moet daarom beter worden afgestemd op zeevarenden.”

Tjitso Westra 150.JPG
Dossierhouder

 

Tjitso Westra
Bemanningszaken en Opleidingen

010 2176 277
westra@kvnr.nl 

Nathan Habers 150.JPG
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

Door het onvoorspelbare karakter van vaarschema’s in de zeescheepvaart is de aan bemanningswisselingen verbonden logistiek ingewikkeld. Die complexiteit neemt toe als de aanvraag van een Schengenvisum onderdeel van het proces uitmaakt, aangezien de aanvraag van een Schengenvisum dient plaats te vinden bij de ambassade van de Schengenlidstaat waar de bemanningswisseling zal plaatsvinden, terwijl land en haven soms pas kort van tevoren bekend zijn.

In de Nederlandse zeescheepvaart vaart het overgrote deel van de schepen volgens onregelmatige schema’s die meestal worden bepaald door het ladingaanbod per reis, de ‘wilde vaart’. Voor een deel van de wilde vaart geldt dat het vaargebied wereldwijd is, waarbij reizen een duur kunnen hebben tot enkele weken. Korte reizen, plotselinge veranderingen in het vaarschema en eerstvolgende (laad)havens die pas kort van tevoren bekend worden, komen echter meer dan eens voor. Dit is de ‘diepzeevaart’, waarin bemanningswisselingen vaak, maar niet altijd, kunnen worden gepland binnen een termijn van maximaal enkele weken.

Voor het andere deel van de Nederlandse wilde vaart geldt dat het vaargebied zich voornamelijk tot Europa beperkt, de ‘kustvaart’. Korte reizen die gemiddeld een duur hebben van minder dan een week met pas op het laatste moment bekende vaarschema’s zijn hierbij heel gewoon. Voor de kustvaart is de eerstvolgende haven of de daaropvolgende haven vaak pas op zeer korte termijn bekend, of kan deze op zeer korte termijn alsnog wijzigen. Een bemanningswisseling wordt ook hier vanzelfsprekend langer van tevoren gepland, maar de haven waar deze zal plaatsvinden is daarmee in veel gevallen pas laat (soms pas enkele dagen van tevoren) bekend.

Uitdaging

Bij de wijziging en de uitvoering van de EU-visumcode dienen zeevarenden op basis van hun professionele status in aanmerking te komen voor vijfjarige visa. Daarmee wordt de noodzaak voor een zeevarende om bij aanmonstering (reis naar het schip) een visum aan te vragen minder frequent. Dit leidt tot verbetering van de logistieke planning en betekent een administratieve lastenverlichting voor zowel het bedrijfsleven als consulaire posten. Vijfjarige visa betekent ook dat het beroep op afgifte van visa aan de grens bij afmonstering tot het minimum kan worden beperkt.

De afgifte van visa voor zeevarenden behoeft een snelle doorlooptijd van maximaal enkele dagen. Regelgeving moet hierin voorzien om daarmee aan het onvoorspelbare karakter van de scheepvaart tegemoet te komen. Alternatieve optie is dat het visum bij binnengaan (point of entry) van het Schengengebied ook kan worden aangevraagd bij de Schengenlidstaat. Artikel 5 van de EU-visumcode zou hier een grondslag voor kunnen vormen. Deze optie maakt het ook voor een zeevarende die dienst gaat doen in de bovengenoemde kustvaart mogelijk om het aanvragen van een visum bij de juiste Schengenlidstaat bijtijds in te plannen.

Vanuit operationeel oogpunt is het noodzakelijk dat zeevarenden zonder belemmeringen kunnen reizen naar en van schepen (bemanningswisselingen). In het kader van goed werkgeverschap is het bovendien van belang dat de zeevarenden in aangelopen havens voor ontspanning van hun walverlof gebruik kunnen maken.

Stand van zaken

Bij de nu lopende consultatie over de herziening van de EU-visumcode heeft de KVNR de bovengenoemde punten via ECSA ingebracht.