ENNL

Europese STCW-erkenning

Prioriteit KVNR: Europese STCW-erkenning Filipijnen essentieel voor Nederlandse zeevaart

Nederlandse reders:

“Tekortkomingen bij procedurele verplichtingen Filipijnen mogen niet ten koste gaan van de Europese erkenning van vaarbevoegdheid Filipijnse kapiteins en officieren.“

Naar verwachting zal de Europese Unie (EU) nog in het voorjaar van 2023 een besluit nemen over de STCW-erkenning van de Filipijnen. Het betreft de erkenning op basis waarvan EU-lidstaten de vaarbevoegdheden kunnen erkennen van Filipijnse kapiteins en officieren.

KVNR - Tjitso Westra - Bemanningszaken en Opleidingen - web
Dossierhouder

 

Tjitso Westra
Bemanningszaken en Opleidingen

010 2176 277
kvnr@kvnr.nl 

KVNR - Nathan Habers - Public Relations, Crisisco├Ârdinatie en Geopolitiek - web
Persvoorlichting

 

Nathan Habers
Public Relations

06 5200 0788
010 2176 264
habers@kvnr.nl

Achtergrond

Zonder een geldig vaarbevoegdheidsbewijs mag je vanzelfsprekend niet als kapitein of officier aan boord van een zeeschip werken. Dat geldt niet alleen in Nederland, maar is wereldwijd van toepassing. Maar hoe werkt dat als je gaat werken op een zeeschip dat niet onder de vlag van je eigen land vaart?

De zeevaart heeft een sterk internationaal karakter en dat is terug te zien in de werkgelegenheid. Naast duizenden Nederlanders werken ook veel mensen met een andere nationaliteit in de Nederlandse zeevaart. Momenteel zijn zo’n 1.700 Filipijnse kapiteins en officieren actief op de vloot onder Nederlandse vlag, wat neerkomt op ca. 15,5% van het totaal aantal kapiteins en officieren. Andere belangrijke bronlanden voor kapiteins en officieren op schepen onder Nederlandse vlag zijn Nederland (32,5%), Rusland (22,5%) en Oekraïne (12,5%). (bron: arbeidsmarktmonitor 2020). Als een rederij voor een zeeschip onder Nederlandse vlag buitenlandse zeevarenden nodig heeft, dan is het dus belangrijk dat Nederland de in het buitenland afgegeven vaarbevoegdheden erkent.

Internationaal is door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) het STCW-verdrag vastgesteld, dat in 1984 in werking is getreden. STCW staat voor de International Convention on Standards of Training, Certification and Watchkeeping for Seafarers. Dit verdrag stelt wereldwijd normen voor de opleiding van zeevarenden en de afgifte en erkenning van vaarbevoegdheden. Met EU-richtlijn 2022/993 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden is het STCW-verdrag overgenomen in de regelgeving van de Europese Unie.

Uitdaging

De Europese erkenning van Filipijnse vaarbevoegdheden van kapiteins en officieren staat op dit moment onder druk. Dit als gevolg van zorgen over het toezicht in de Filippijnen op de kwaliteit van het zeevaartonderwijs en  de afgifte van vaarbevoegdheden. Dat heeft niets te maken hoe  Filipijnse zeevarenden hun werk aan boord van de schepen doen. Er zijn namelijk geen zorgen over de veiligheid en/of de bescherming van het milieu ten gevolge van Filipijnse kapiteins en officieren op de Nederlandse vloot. Eerder kan worden gesteld dat de goede scores van de Nederlandse vloot bij havenstaatinspecties mede te danken zijn aan de inzet van de betrokken Filipijnse kapiteins en officieren.

De besluitvorming over de STCW-erkenning van de Filippijnen ligt bij de lidstaten van de Europese Unie en vindt plaats op basis van een voorstel van de Europese Commissie. Dat voorstel zal mede zijn gebaseerd op bevindingen van het European Maritime Safety Agency (EMSA) na meerdere bezoeken aan de Filippijnen in de afgelopen jaren. Daarbij zijn door EMSA zorgen geuit over het toezicht op de kwaliteit van het zeevaartonderwijs en de afgifte van vaarbevoegdheden. In reactie hierop wordt door de Filipijnse overheid gewerkt aan hervormingen van het systeemtoezicht. De lidstaten kunnen alleen bij gekwalificeerde meerderheid het voorstel van de Commissie overnemen of afwijzen.

Mocht onverhoopt de erkenning van de Filippijnen worden ingetrokken, dan geldt dit voor de gehele Europese Unie. Lidstaten mogen hier niet individueel van afwijken. Bij intrekking van de STCW-erkenning blijven reeds afgegeven erkenningen van individuele vaarbevoegdheden geldig tot het einde van de looptijd van de betreffende erkenning. Dat is maximaal vijf jaar en de erkenning van de vaarbevoegdheid geldt alleen voor de lidstaat die deze heeft afgegeven en is niet overdraagbaar binnen de EU.

Hoewel de bovengenoemde overgangsregeling een rederij de ruimte biedt om niet acuut afscheid te hoeven nemen van Filipijnse kapiteins en officieren, biedt deze geen ruimte meer voor ophoging van bevoegdheden (promoties) en het als officier in dienst nemen van nu aan boord zijnde stagiairs. Intrekking van de erkenning zal onvermijdelijk ertoe leiden dat een rederij afscheid moet nemen van Filipijnse kapiteins en officieren die al jaren bij deze rederij actief zijn en een wezenlijk onderdeel uitmaken van het kwaliteits- en veiligheidsmanagement van de rederij.      

Als de EU zou besluiten de STCW-erkenning van de Filippijnen in te trekken leidt dit tot grote problemen voor de Europese zeescheepvaart. Het is niet mogelijk om het tekort aan Filipijnse kapiteins officieren op te vullen met kapiteins of officieren uit Nederland, de EU of van buiten de EU, simpelweg omdat ze niet op de arbeidsmarkt beschikbaar zijn en ook niet op korte termijn kunnen worden opgeleid. 

Door de ontwikkelingen in Rusland en Oekraïne is er momenteel sprake van een zeer onzekere arbeidsmarkt voor Russische en Oekraïense kapiteins en officieren.  Intrekking van de erkenning van de Filipijnen zal dan ook tot een regelrechte crisis leiden op de arbeidsmarkt voor kapiteins en officieren voor schepen onder de vlag van een EU-lidstaat.

Ten gevolge van het intrekken van de Europese erkenning zal een substantieel deel van zowel de Nederlandse als de Europese vloot worden geraakt. Dit kan ertoe leiden dat rederijen met schepen onder een Europese vlag worden gedwongen uit te vlaggen naar een niet EU-vlag. Dan kunnen deze schepen gewoon met Filipijnse kapiteins en officieren bemand blijven en komt de bedrijfsvoering niet in gevaar. Alleen dan zullen de goederenstromen naar en van en binnen Europa niet ernstig verstoord worden. En alleen dan zullen er geen leveringsproblemen en tekorten/hogere prijzen/inflatie ontstaan.

Stand van zaken - 10 januari 2023

Naar verwachting zal de Europese Unie (EU) nog in het voorjaar van 2023 een besluit nemen over de STCW-erkenning van de Filipijnen. Het betreft de erkenning op basis waarvan EU-lidstaten de vaarbevoegdheden kunnen erkennen van Filipijnse kapiteins en officieren.

De KVNR dringt er bij de Nederlandse overheid op aan om bij de besluitvorming over de erkenning van de Filipijnen meerdere factoren mee te wegen en vooral ook te kijken naar de inspanningen die de laatste jaren in de Filipijnen zijn en worden genomen om het toezicht op het zeevaartonderwijs en afgifte van vaarbevoegdheden te verbeteren. Deze ontwikkelingen moeten meer tijd worden gegeven, ook rekening houdende met de remmende werking van de pandemie in de afgelopen twee tot drie jaar.

Zonder ook maar enigszins afbreuk te willen doen aan de gouden regel dat regelgeving dient te worden nageleefd, kan worden gesteld dat de door de EC en EMSA geuite zorgen meer op het procedurele vlak liggen (gebrek aan toezicht) en niet voortkomen uit concrete zorgen over de veiligheid aan boord en de bescherming van het milieu.

De KVNR benadrukt bovendien dat rederijen ook zelf goed toezien op het bewaken van het niveau van kennis en kunde (en ervaring) van de Filipijnse kapiteins en officieren die op de schepen actief zijn. Daartoe zijn op de Filippijnen zelf kantoren opgezet of intensieve samenwerkingsverbanden aangegaan met lokale bemanningsagenten. Ook de sinds 2001 lopende samenwerking tussen de Filipijnse zeevaartschool Palompon Institute of Technology (PIT) en de KVNR is een goed voorbeeld van kwaliteitsbewaking vanuit de bedrijfstak zelf.