KVNR staat achter de verscherpte controles op bunkerkwaliteit

di 10 apr 2012

De KVNR ondersteunt de verscherpte controles op brandstofkwaliteit die in 2011 en 2012 in de bunkerolieketen worden uitgevoerd. De afgelopen weken hebben deze gestalte gekregen bij inspecties op binnenvaarttankers die bunkerbrandstof voor zeeschepen transporteerden. Reden voor deze controles, die plaatsvonden op de route van Rotterdam naar Antwerpen, is het bijmengen van verontreinigingen aan scheepsbrandstof.

Voor de zeescheepvaart betekenen deze verontreinigingen een snellere slijtage van en schade aan motoren en technische installaties aan boord van zeeschepen en kan het tot gevaarlijke situaties aan boord leiden. Bovenal leidt het verbranden van deze verontreinigingen tot een forse extra milieubelasting, onder andere door uitstoot van zware metalen en fijnstof (PM’s). De KVNR vindt deze risico’s en gevolgen zeer ongewenst.

De afgelopen jaren is meerdere malen internationaal geprobeerd hogere eisen te stellen aan bunkerbrandstof. Nederland kent een zeer grote bunkermarkt waarin jaarlijks rond 14 miljoen ton bunkerolie en 400.000 ton Marine Gas Oil wordt verhandeld. Voorjaar 2011 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport onderzoek laten doen naar de gehele bunkerketen (*). Mede daardoor staat dit onderwerp ook bij de Tweede Kamer op de agenda en oefent de Nederlandse overheid intensievere controles uit in de bunkerketen op de kwaliteit van de bunkerbrandstof.

De aan de bunkerolie toegevoegde stoffen zouden anders tegen hoge kosten moeten worden verwerkt en behandeld. Daarentegen levert het toevoegen aan bunkerolie de verantwoordelijken voor deze afvalproducten juist geld op. Hoewel het mengen van brandstoffen een zeer geaccepteerde methode is om bijvoorbeeld te kunnen voldoen aan eisen op het gebied van het percentage zwavel in de brandstof, mag het niet worden misbruikt om verontreinigingen te dumpen.

Een van de conclusies van het ILT rapport luidt: “Reders weten niet uit welke bestanddelen het product wat zij afnemen is opgebouwd”. Naast de gevolgen voor het milieu kunnen deze praktijken dus leiden tot grote operationele risico’s. De verantwoordelijkheid van het mengen moet daarom niet bij de reder en/of bemanning komen te liggen. De bunkerolie moet voldoen aan de specificaties en alle stoffen aanwezig in de brandstof dienen van te voren bekend te zijn.


(*) In dit rapport van CE Delft werd melding gemaakt van het bijmengen van (zware) chemicaliën en andere verontreinigingen in de bunkerbrandstof voor de scheepvaart. Dit onderzoek van CE Delft “Blends in beeld; een analyse van de bunkerolieketen” werd uitgevoerd in opdracht van de toenmalige VROM-inspectie en is in mei 2011 gepubliceerd

Contact


Inschrijving voor Maritime Innovation Experience geopend

15 mei 2013

Studenten van technische opleidingen kunnen in contact komen met innovatieve bedrijven tijdens de tweede Maritime Innovation Experience op ...


Uitvlaggen schepen Vroon toont noodzaak tot snelle regeling voor toestaan van private beveiligers

3 mei 2013

Rederij Vroon heeft twee Nederlandse product- en chemicaliëntankers uitgevlagd naar Gibraltar. De schepen Iver Exact ...


Selectie 12e lichting stagiairs van het Palompon Institute of Technology (PIT)

29 april 2013

Van 2 tot en met 19 april 2013 vond in Palompon, Leyte, de Filippijnen, de ...


Kennismakingsstage met de Morgenster vanuit Den Helder

28 april 2013

Op 27 en 28 april hebben 22 jongeren van 14 en 15 jaar een snuffelstage ...


Nieuwsarchief